Het Wilhelmus

Wilhelmus (voorgelezen door Marnix, maker Jacob Spoel)

In het Wilhelmus is Willem van Oranje als het ware zelf aan het woord, de ideale leider van de vrijheidsstrijd. De Prins wordt vergeleken met de bijbelse koning David, die zijn roemrijke leven begon als herder. De Nederlanders zijn in het Wilhelmus de schapen, door Oranje aangevoerd. De tirannie verdrijven, zeker, maar het lied wijst ook op de tweestrijd van de Prins over de opstand in de Nederlanden: trouw aan de koning, of trouw aan zijn geweten?

Herkomst
Over de herkomst van de tekst is weinig met zekerheid bekend en er bestaan verschillende theorieën over. Het Wilhelmus wordt gezien als een geuzenlied. De meeste geuzenliederen waren anoniem, want voor het maken van opstandige liederen gold de doodstraf. Vaak wordt het Wilhelmus toegeschreven aan Filips van Marnix van Sint-Aldegonde, een naaste vertrouweling van de Prins. Er is gewezen op de muzikale en tekstuele parallellen met andere liederen van zijn hand. Marnix studeerde bij de hervormer Calvijn in Genève en in het Wilhelmus zie je daarvan de sporen.

De tekst is op zijn vroegst geschreven in 1568, omdat de veldtocht van Oranje in dat jaar wordt gemeld, en waarschijnlijk vóór april 1572, omdat de verovering van Den Briel niet bekend lijkt in het lied. De melodie is afkomstig van een Frans spotliedje, gezongen door de Franse hugenoten (protestanten) in 1568.

Volkslied
Het lied bestaat uit vijftien coupletten die een acrostichon vormen: de eerste letters van ieder vers vormen met elkaar de naam Willem van Nassov. Van het Wilhelmus zingen wij Nederlanders meestal het eerste couplet, soms gevolgd door het zesde, dat vooral in de Tweede Wereldoorlog erg populair was. Het Wilhelmus is pas in 1932 officieel geregistreerd als volkslied en verving daarmee ‘Wier Neêrlands bloed’, sinds 1817 in gebruik.

Wilhelmus (handschrift Brussel pag  38)

Het oudste handschrift met het Wilhelmus (begin jaren ’70 van de 16de eeuw). KB Brussel

Peter Hofland
Themaredacteur Willem van Oranje